Over strijd, de wil en de behoeften van moeder en kind

‘Op een dag wilde hij niet meer zelfstandig de trap aflopen’.

Sanne Bosmans zoontje van anderhalf weigerde van de een op de andere dag om zelfstandig van de trap af te lopen, terwijl hij dat eerst prima zelf kon. Deze ‘achteruitgang’ puzzelde Sanne en ze probeerde verschillende tactieken om het probleem aan te pakken. Totdat haar zoontje zelf liet zien wat hij nodig had. Een blog over strijd, wil en behoeften. ‘Zo gebeurde het dat ik op een dag midden op de trap ben gaan zitten.

Mijn zoontje van 1,5 jaar kan al lange tijd zelf achterstevoren van de trap aflopen. Op een dag hield hij hier mee op. Ondanks dat hij nog wel zelf naar boven liep, wilde hij getild worden op de weg naar beneden. Ik vond het vreemd, voorheen kon hij het ook, dus waarom nu niet? Om de zelfstandigheid te bevorderen (en omdat het tillen steeds zwaarder wordt), bleef ik bij mijn standpunt dat hij zelf naar beneden kon lopen.

Zo gebeurde het dat ik op een dag midden op de trap ben gaan zitten. Ik sprak mijn zoontje liefdevol toe en liet merken dat ik alle vertrouwen had dat hij zelf naar beneden kon komen. Ik probeerde dat vertrouwen vooral (non-verbaal) uit te stralen, vanuit het idee dat mijn woorden niet het krachtigste middel zijn in de opvoeding, maar vooral mijn houding en uitstraling.

Mijn zoontje ging een aantal keer één of twee tredes naar beneden, maar daarna ging hij weer omhoog. Hij raakte overstuur en zag aan mij ook dat ik er niet zo veel vertrouwen meer in had. Na een tijdje ‘strijd voeren’, heb ik mijn zoontje opgepakt en mee naar beneden genomen.

Toch bleef het ons thuis bezig houden wat er gebeurd moest zijn waardoor hij niet meer zelfstandig naar beneden wilde komen.

Mijn vriend en ik bedachten dat we boven (waar niet altijd een beschermingshekje voor de trap staat), roepen dat ons zoontje uit moet kijken. Misschien dat deze angstige roep iets had gedaan in zijn vertrouwen in zichzelf?

We besloten om te proberen meer vertrouwen uit te stralen bij de ‘trapmomenten’. We spraken af dat we iets in de trant zeiden van: ‘Loop voorzichtig naar beneden, we hebben het vertrouwen dat je het zelf kan’ of  ‘Je kunt zelf naar beneden, papa of mama loopt wel met je mee’. Dit hielp echter allemaal niet. En dus zijn we hem gewoon maar weer gaan tillen.

We hebben het probleem als een feit gedefinieerd, want was het eigenlijk wel een probleem? Waarom zou ik me druk maken over het feit dat hij niet zelf naar beneden gaat? Ik zou graag willen dat hij zelfstandig naar beneden loopt, maar daar is mijn zoontje blijkbaar niet meer klaar voor. Hij wil het niet en het heeft dan voor mijn gevoel geen zin om als opvoeder de strijd te voeren.

Er kwam echter toch een ommekeer toen afgelopen week een vriendin met haar dochtertje van twee jaar langs kwam. Ik was de trap in ons huis al afgelopen en zij liep vervolgens met mijn zoon en haar dochter naar beneden. Ze zei halverwege de trap: ‘Oh, dit is natuurlijk pedagogisch niet handig’, waarop ik omkeek. Tot mijn verbazing liep haar dochtertje voorop en had ze mijn zoontje aan zijn hand vast en hield hij zichzelf aan de andere kant vast aan de muur. Hij kon dus toch naar beneden lopen! Het kwartje viel bij mij: de behoefte van mijn zoontje is dat hij net als een volwassene naar beneden kan lopen.

Deze behoefte had ik niet gezien, want mijn focus lag op mijn wil en zijn wil (tenminste, mijn interpretatie daarvan). Met als gevolg dat ik met mijn zoontje een strijd ben aangegaan, om iets wat geen conflict was. Ik zag de capaciteiten en de behoeften van mijn zoontje over het hoofd. Als ik had gezien dat dit wij een gezamenlijke behoefte hadden, dan had ik ook een bredere kijk gehad en gezien dat hij die capaciteiten al heeft.

Mijn conclusie is dat opvoeding in essentie zo simpel is: kijken en luisteren naar de behoefte van je kind en van jezelf. Eigenlijk is het een continu proces van de behoefte van mezelf en mijn kind volgen, mijn handelingen aanpassen en dit toevoegen. Als ik onze behoefte volg ontstaat er gezamenlijk belang en dat geeft ruimte voor groei.

Een mooie visie, de kleutertoets op z’n retour, maar er blijven vragen!

‘Kleuters die leren plannen?’

Sanne Bosmans bezoekt een potentiële basisschool voor haar zoontje. Ze hoort een mooie visie, wordt rondgeleid en ziet ook tegenstrijdigheden. ‘Kleuters die al moeten leren plannen voor als ze straks in groep 3 starten?’ Ze herkent het dilemma waarover Joseph Kessels sprak op de Onderwijsavond in Driebergen: Het goede willen doen, maar ook tegemoet willen komen aan allerlei (externe) eisen.  Haar voorzet: ‘Laat leerkrachten zich capabel voelen, zij zijn de motor in het onderwijs.’

Mijn vriend en ik hebben de afgelopen tijd verschillende bezoeken gebracht aan scholen om ons te oriënteren voor ons zoontje van 15 maanden. Bij een van deze scholen hoorden we over de visie waarbij de school de leerling ècht volgt; dus niet alleen de cognitieve ontwikkeling belangrijk vindt, maar voornamelijk de algehele ontwikkeling. In de kleuterklas was spelend leren een groot goed, dus werd er niet gewerkt met methodes. Spelenderwijs leerden de kleuters, totdat ze rijp genoeg zouden zijn om naar groep 3 te gaan. Dat klonk als muziek in de oren!

Om de kleuters goed te volgen en omdat het een eis is van de overheid, werden de kleuters nog wel getest met de cito. De schoolleider gaf aan dit wel anders te willen, want kleuters scoren immers erg wisselend, waarbij dit geen representatief beeld geeft van wat ze kunnen. En als leerkrachten echt naar de ontwikkeling van de spelende kleuters kijken, dan is toetsen ook niet nodig. Dit klonk veelbelovend, maar wat mijn man en mij betreft mochten ze de cito snel afschaffen.

Wat mij verbaasde was dat ondanks deze mooie visie, er wel tafels in de kleuterklas stonden en er een duidelijke planning was. Dit is toch helemaal niet nodig? Ook werd verteld dat de kleuters letters aangeboden kregen en dat ze voordat ze naar groep 3 gaan, meestal al 21 letters kennen. Dit zou namelijk goed zijn voor de start van het schrijf en leesproces voor schoolkinderen. Daarbij vond de school dat het leren houden aan een planning ook belangrijk was, omdat dat van essentieel belang zou zijn vanaf groep 3.

Wat mij betreft klopt dit beeld niet. Kleuters zijn kleuters en dus geen schoolkinderen. Waarom zouden ze voor groep 3 al moeten beginnen met het aanbod van lezen en schrijven? Kleuters hebben volgens mij juist veel meer vrij spel nodig, om zelf te ontdekken en te ontwikkelen. Leren plannen komt straks wel toch?

Wat deze school betreft hoop ik dat zij hun visie vertalen naar de praktijk. Weg met die tafels en de omgeving zo inrichten dat het echt prikkelend is voor de kleuters. Zodat ze spelend kunnen leren en er ruimte is voor vrij spel en het niet gaat om planning.

Ik herinner mij dat ik vroeger in de kleuterklas altijd in de poppenhoek wilde spelen en dan ook het liefst met mijn favoriete pop. Maar ik kon natuurlijk niet altijd in de poppenhoek spelen. En dus moest ik creatieve oplossingen bedenken om weer in de poppenhoek te kunnen spelen en te zorgen dat ik ‘mijn’ pop weer kon bemachtigen. Ik vind het creatief zelf-oplossend vermogen daarom een zeer belangrijke vaardigheid voor het schoolse leren en het kunnen functioneren in de toekomstige maatschappij.

Daarnaast hoop ik dat de bezochte school het leren van letters in de kleuterklas afschaft. Er wordt namelijk voorbij gegaan aan het magische denken van kleuters, waarin letters gekoppeld zijn aan personen en objecten. Pas als een kind een jaar of 6/7 is, kunnen ze concreet denken en heeft het leren van letters een functie in het woordgeheel.  Ik denk dat kennis hierover niet algemeen bekend is en scholen dus varen op beelden en ideeën uit de media.

Ik denk dat veel scholen in de spagaat zitten die ik zag op de bezochte school. Enerzijds willen voldoen aan voldoen van leeropbrengsten, maar tegelijk willen kijken naar wat kinderen nodig hebben. Dit is ook wat Joseph Kessels op 16 januari benoemde tijdens de Onderwijsavond in Driebergen toen hij het had over ‘Het goede willen doen, maar ook tegemoet willen komen aan allerlei (externe) eisen.’

Ik zou het heel mooi vinden als het lukt om de leerkrachten van de school die ik bezocht, zich capabeler te laten voelen, in het goed kijken naar het kind. Leerkrachten zijn namelijk de motor in het leerproces van de leerlingen. Dan kan de visie van de school het praktisch handelen ook echt overeenkomen.

Omdat ik het zeg!

De traditionele manier van gezag, waarbij er vanuit gegaan wordt dat de ander doet wat je zegt en dat je daar controle over hebt is in deze tijd bijna niet meer uit te voeren. Vooral als je andere doelen voor ogen hebt die meer waarde hechten aan persoonlijke ontwikkeling.

Kinderen zijn geen machines: ik stop er ….. in om .… ..er uit te krijgen, waar is de eigenheid van het kind?

Ik heb alleen controle over mijn eigen gedrag en niet over het gedrag van een ander. Dit is een belangrijk bewustzijn waarvan ik denk dat we als (beroeps)opvoeders stappen in kunnen maken. Dit is een basis gedachte wat veel zelfinzicht en zelfcontrole vergt. Doordat ik me voor mijn werk hier mee bezig houd en zie dat binnen onderwijs en jeugdzorg veel groeimogelijkheden zijn op dit gebied heb ik mezelf uitgedaagd om dit ook in mijn privé situatie toe te passen. Live what you preech!

Naar aanleiding van een leuke lezing van Alfie Kohn, die de nieuwe vorm van gezag; je hebt alleen controle op jezelf en niet over het kind, wat mij betreft dit volledig toepast in zijn theorie, ben ik nog meer uitgedaagd om dit in mijn dagelijks leven toe te passen. Ik stelde mezelf de vraag; wat wens ik voor mijn kind en wat draagt mijn handelen daar aan bij, of juist niet aan bij? Hierdoor richtte ik me meer op mijn verwachting en houding in plaats van op het gedrag en het resultaat.

Wat ik heel erg miste tijdens de lezing waren de praktische uitvoering van zijn theorie dus ging ik zelf op onderzoek uit. Als eerste vond ik dat ik mijn kind moet zien als een persoon die kan denken, voelen, willen etc. En dat ik zelf ook een persoon ben met eigen gedachten, eigen wil, gevoelens, etc. Dit botst weleens met elkaar want ik wil wel eens wat anders dan mijn dochter. Hoe komen we er dan uit?

Kinderen willen regisseur van eigen bestaan worden, we begonnen dit al goed te merken toen mijn dochter één jaar oud. Ze ging structureel juist de andere kant op, ze was nog niet klaar met spelen in het keukentje van de supermarkt en ik wel met de boodschappen waardoor ze stevig het pannetje vast had en deed alsof ze mij niet hoorde. De ontwikkeling van haar eigen ik vond ik erg leuk, maar vaak ook lastig omdat het mijn planning door de war gooide. Ik ging me afvragen of ik wel de rol van opvoeder goed invulde, want bepaal je als opvoeder niet wat er gebeurt? Doe ik er wel goed aan om dan nog samen met haar te spelen of moet ik haar juist optillen en kordaat de supermarkt uitlopen met een gillend kind onder mijn arm? Mijn hoofd raakte overvol van alle vragen, waarmee ik mezelf kwelde.

Door de vraag van Alfie Kohn; wat wens ik voor mijn dochter, kon ik stoppen met mezelf vaak de vraag stellen of ik het wel goed deed. Mijn handelen paste ik aan op de behoefte en grenzen van ons beide. Ik wens voor mijn dochter dat ze haar eigenheid kan behouden, haar sterke wil later kan benutten en natuurlijk dat ze gezond en gelukkig door het leven mag gaan.
Ik heb Alfie Kohn voor mezelf praktisch gemaakt; ik creëer grenzen wanneer het om veiligheid gaat en wanneer het om mijn persoonlijke grens gaat. Ik sta stil bij de behoefte van mijn kind, bekijk het ook vanuit haar perspectief. Als ze gedrag laat zien wat over mijn persoonlijke grens gaat zoals een ander kind slaan, dan leg ik de focus niet op het gedrag mijn dochter door te belonen of straffen maar op het geslagen kind. Wat ik haar namelijk wil meegeven is dat ze ziet wat het effect is op de ander. Uiteindelijk wens ik voor mijn dochter dat ze vanuit zichzelf de keuze maakt om niet te slaan omdat ze dan een ander pijn doet.

In plaats van; omdat ik het zeg!!! zie ik mezelf als een volwassene met persoonlijke grenzen, met een voorbeeld functie en onvoorwaardelijke liefde voor mijn kind. Ik zie opvoeden als leven vanuit gezamenlijke belang, wat betekent dat ik opvoed met mijn eigen persoonlijke grenzen en behoefte en oog heb voor de behoefte en grenzen van mijn kind.

Goed gedaan!?

Laatst vroeg ik mijn zoontje van 15 maanden waar mijn sokken lagen. Ik zei dat eigenlijk terloops, hardop tegen mezelf. Echter hij ging op zoek en bracht ze terug vanuit een andere kamer. Ik had eigenlijk niet verwacht dat hij mijn boodschap zou begrijpen en er ook daadwerkelijk iets mee zou doen. Ik was trots op mijn zoontje en maakte dat duidelijk naar hem door te zeggen: “Goed gedaan, wat is mama trost op jou!” Na die opmerking merkte ik eigenlijk hoe vaak ik en zijn papa bijvoorbeeld zeggen; Wat goed van je, wat zijn we trots op je, knap gedaan etc….Na deze constatering kwam er een interessant gesprek opgang. Want waarom zeiden we dit en wat heeft het eigenlijk voor zin?

Al lange tijd is het bekend dat straffen op lange termijn geen positief effect heeft op kinderen. Is belonen van gedrag niet de andere kant van dezelfde medaille? Als straffen geen zin heeft, dan heeft al dat belonen toch ook geen zin. Of vloek ik dan in de kerk?

Als ouders merken we dat we vaak oppervlakkig het gedrag van mijn zoontje prijzen. Door algemene opmerkingen te maken. We merken dat we dit vaak niet specifiek doen. Misschien wel met als gevolg dat we ons zoontje helemaal niet echt duidelijk maken wat hij daadwerkelijk ‘goed’ doet.
Daarnaast zit er bij het belonen van gedrag altijd een soort van verwachting achter. Ik geef als moeder dus aan dat ik het prettig vind als mijn zoontje mijn sokken brengt. Daarmee geef ik toch eigenlijk ook aan dat ik het niet fijn vind als hij deze sokken niet brengt? Gaat mijn zoontje dan voortaan mijn sokken brengen, omdat hij het zelf wil, of dat hij aan mijn onbewuste verwachting wil voldoen? En dat wil ik helemaal niet. Ik zou willen dat hij zelf, autonoom, leert nadenken, het zelf leuk vindt om anderen te helpen.

Dus met het continu oppervlakkig belonen van het gedrag van mijn zoontje vergroot ik de kans dat hij afhankelijk wordt van mijn oordeel en complimenten en aan mijn verwachtingen wil voldoen. Door het geven van oppervlakkige complimenten, krijgt mijn zoontje het idee dat het betrekking op hem heeft.
Ik wil echter dat mijn zoontje weet dat ik altijd trots op hem ben. Dat hij zelf leert inschatten wat hij van zijn eigen prestatie vindt en dat dit onafhankelijk is van hem als persoon. Hij is immers goed zoals hij is.

Maar ja, dan komt de vraag; hoe gaan we dit als ouders praktisch doen? De gewoonte om oppervlakkig en veel te belonen is zo lastig om te doorbreken. We zeggen niet dat we nooit meer mogen complimenteren, maar dat we echt goed gaan kijken naar zijn gedrag.
Het gaat om een pedagogische houding, waar het niet gaat om wat ik wil dat mijn zoontje doet. Daar heb ik immers geen controle over. Het is een pedagogische houding die echt gaat om mijn zoontje zelf. Het gaat om een leer en groeiproces, zonder het resultaat voor ogen.
Praktisch gezien willen we als ouders eens even niets zeggen, door er alleen maar te zijn en aandacht te hebben is al voldoende. Of door simpel weg te zeggen wat we zien, bijvoorbeeld: “Jij hebt mama’s sokken gevonden, mama hoefde niet zelf te zoeken.”

Passend onderwijs voor peuters en kleuters!

Tegenwoordig moet je je kind al vroeg aanmelden voor zijn toekomstige school, anders is er geen plek meer. Dus zo jong als mijn zoontje nog is (ruim 1 jaar), zijn we als ouders gaan kijken voor passend onderwijs. Een lastige taak, want tja, we willen uiteraard het beste voor hem.
Wat zal mijn zoontje over een aantal jaar nodig hebben om de wereld te gaan ontdekken? Welk type onderwijs kan hem enthousiasmeren, prikkelen en motiveren? En boven alles wat heeft hij nodig om te worden wie hij is in de wereld?

In onze zoektocht zijn we er in eerste in stantie in ieder geval achter gekomen wat we niet wensen voor ons zoontje. We willen vooral niet dat ons zoontje al vroeg didactisch moet leren, waar het vooral draait om cognitief resultaat en boven alles het kind getest wordt op van alles en nog wat.
Wat wij willen is dat ons zoontje een rijke leeromgeving aangeboden krijgt, waarin hij zich zelf leert ontdekken, door te spelen, te dansen, te zingen en te bewegen. Simpelweg leren door spel, met andere kinderen. En laat deze verwachting nou lastig te voldoen zijn in het huidige onderwijs. Het onderwijssysteem is nu zo gericht op cognitief eindresultaat, dat we als ouders ondertussen ernstig zijn gaan twijfelen of we onze zoon al wel zo vroeg naar school willen brengen.

Deze onderwijskramp ervaren ook leerkrachten, waarvan ik steeds vaker hoor en lees dat ze zo graag willen dat kleuters weer mogen spelen. Steeds wijst de literatuur uit dat kinderen tot 6-7 jaar o.a. leren door zintuigelijke waarneming, intuitië en magisch denkpatronen. Kinderen zijn dan nog helemaal niet klaar voor concreet denken zoals in het schoolse systeem.
Peuters en kleuters worden dus ten onrechte behandeld als schoolkinderen. Ze kunnen het didactische aanbod vaak niet begrijpen. Het is eigenlijk heel knap dat ze vaak creatief aan de stof ontsnappen, door bijvoorbeeld zich af te sluiten, in hun eigen wereld te leven, onrustig en druk te worden. En we raden het al; deze creativiteit wordt mede door de toetsterreur te niet gedaan. De kans op een onterechte label bestaat hierdoor zelfs, aldus prof. dr. Goorhuis-Brouwer.

Ik gun het mijn zoontje en andere kinderen zo dat leerkrachten weer de kans krijgen om de cognitieve verwachtingen opzij te schuiven en zich echt weer te verwonderen over de kleuter. In het hier en nu staat de leerkracht pas echt in zijn kracht. Dan kan er echt een mooie prikkelende leeromgeving ontstaan, zodat kleuters zichzelf en de wereld kunnen ontdekken.  En vol creativiteit de echte schoolse wereld vanaf 6-7 jaar in kunnen stappen.

Tja en die passende kleuter school hebben we als ouders dus nog niet gevonden, maar we hebben nog de tijd. En wat verwonder ik me dan toch weer hoeveel bevlogenheid, passie en inspiratie leerkrachten hebben, om dit te willen veranderen. Omdat eigenlijk vele wel aanvoelen dat door echt spelend te leren kinderen de basis krijgen om te worden wie ze zijn!